De taal van de keukentafel

Niets bekt zo lekker als de taal van de keukentafel

Geen taal die zich beter leent voor het verwoorden van je diepste gevoelens, je ziel en zaligheid, dan de taal van thuis, voor de Limburgers het dialect.

Zo vat Guus Urlings in Dagblad De Limburger van zaterdag 16 augustus 2008 de essentie van het onlangs gepubliceerde deel III-1-4 van het Woordenboek van de Limburgse Dialecten samen. Dat deel behandelt de taal van 'karakter' en 'gevoelens'. Het is, aldus de krant, veruit het dikste boekwerk geworden van de in totaal 39 afleveringen die het standaardwerk telt.

In weerwil van alle pogingen het Limburgs literair en maatschappelijk op te waarderen, blijft de streektaal voor de meeste Limburgers toch de taal van de keukentafel, de taal van de straat, van de kroeg.

Deel III-1-4 laat zien hoe creatief de Limburger met zijn dialect omspringt en het boek bevat dan ook schier onuitputtelijke lijsten van vleiende en minder vleiende termen waarmee de Limburger zichzelf, zijn medemens en het menselijk gedrag beschrijft. Van 'zokkezuimer' tot 'keviep', van 'gatskluppel' tot 'koetnelles'van 'durchsjtröper' tot 'dutselke'. Of: hoe de Limburgers hun leefwereld portretteren in woorden en klanken.

Hier vindt U het hele artikel van Guus Urlings uit De Limburger