Jeugd

Veldeke Limburg beseft als geen ander dat de toekomst van de Limburgse taal staat of valt met de mate waarin de jongste generatie geleerd krijgt die taal te spreken. Wat dat betreft heeft het Limburgs de wind niet mee. Door diverse omstandigheden besluiten ouders die zelf nog dialect spreken steeds vaker hun kinderen op te voeden in het Nederlands. Als Limburgers hun partner – veel vaker dan vroeger – buiten de provincie vinden is het sowieso al minder voor de hand liggend tegen de kinderen dialect te spreken.

Taal in het onderwijs

Ook de lang levende mythe dat de keuze voor dialect de toekomstkansen van kinderen zou verkleinen, is nog steeds niet uitgeroeid. Dat in het onderwijs vanaf de kinderdagverblijven kinderen in het Nederlands worden aangesproken, helpt ook niet in het bevorderen van de streektaal (sommige kinderen weigeren nog “plat” te praten met hun ouders als ze eenmaal gewend zijn aan de taal van de kinderjuffrouw). Tel daarbij op de voortdurende aanwezigheid van media die de Nederlandse taal in de huiskamer brengen, en het is verwonderlijk dat nog zoveel Limburgers de taal van hun dorp of stad kennen en gebruiken (meer dan 90% volgens recent onderzoek).

Taal als identiteit

Veldeke Limburg stelt alles in het werk om dat tij te keren. En dat is niet enkel nostalgie of conservatisme; we hebben goede redenen om de Limburgse taal te bewaren voor ons nageslacht. Juist in een globaliserende wereld is de eigenheid van een streektaal een belangrijk instrument om een regio zijn identiteit te helpen vormen, een identiteit die de inwoners helpt zich een plaats te verwerven in een complexe omgeving. De taal is een van de wortels waarmee we ons hechten aan onze woonomgeving en onze historie. Op die manier hebben we iets te bieden aan de wereld waarvan we in toenemende mate onderdeel uitmaken en hoeven we ons niet enkel aan te passen en in te passen.