Limburgse taal

Veel verschillende dialecten

Wat wij Limburgs noemen is in feite een verzameling van vele, verschillende Limburgse dialecten. Er wordt wel gezegd dat ieder dorp in Limburg zijn eigen dialect kent en heel erg overdreven is dat niet. Wie met een dialect is opgegroeid kan vaak feilloos horen of iemand anders uit dezelfde plaats komt dan wel van een paar kilometer verder. Maar die verschillen zijn ook weer niet zo groot dat men elkaar niet verstaat. Taalwetenschappers hebben uitgevist dat er een stuk of vijf hoofdstromen in Limburgse dialecten te onderscheiden zijn: van het Ripuarisch zoals men dat in Kerkrade en omstreken spreekt, via het Oost-Limburgs, Centraal Limburgs tot het West-Limburgs, dat zich tot in België uitstrekt. En dan is er in het bovenste stukje van de provincie nog sprake van het Kleverlands dialect. Onze provincie wordt met andere woorden van Noord naar Zuid doorsneden door verschillende taalgrenzen, ook wel isoglossen genoemd. Maar hoe verschillend al die dialecten ook zijn, ze hebben één ding gemeen: ze lijken in de verste verte niet op het standaard Nederlands zoals dat op radio en televisie gesproken wordt. Dat schept een band.

Tweetaligheid

Zolang als Veldeke bestaat, bestaat ook de discussie of het nadelig of juist goed is voor kinderen om met een dialect te worden grootgebracht. Lang is gedacht dat kinderen die thuis dialect spreken later meer moeite zouden hebben om zich in het Nederlands uit te drukken. Intussen hebben tal van wetenschappelijke studies aangetoond dat dat niet waar is. Tweetalige opvoeding (het Nederlands krijgen de kinderen er vanzelf bij via televisie of op school) blijkt eerder voor- dan nadelen op te leveren. Kinderen leren van begin af aan flexibel om te gaan met taal omdat ze leren dat voor een zelfde begrip verschillende woorden gebruikt kunnen worden. Tweetalig opgevoede kinderen blijken zich ook gemakkelijker vreemde talen eigen te maken als kinderen  die maar met één taal zijn opgegroeid. Iets anders is dat Limburgers in de rest van Nederland vaak voor dom worden versleten omdat ze het Nederlands met een accent uitspreken, met een “zachte G” zogezegd. Laat ze maar. Wie is nou dom?