Column van Toon: Plakherinneringen

Omdat de dagen voorbij bleven vliegen alsof we ze niet zelf beleefden en we er dus geen herinneringen aan overhielden, besloten Lisa en ik in het tijdperk dat nog niet op elke mobiele telefoon een 693-megapixelcamera verstopt zat, tot de aanschaf van een digitale camera. Het was een mooie, voorzichtige lentedag: de zon scheen pril door de nog vrij kale bomen en mijn vriendin en ik vonden het een goed plan naar de Sittardse Schwienswei te gaan om aldaar de eerste foto’s met onze nieuwe zoete-herinneringenmaker te schieten.

Alhoewel het grootste gedeelte van de weidegrond nog hard en koud was van de voorbijgegane vorst, vonden we een plekje dat door de zon was voorverwarmd. Voorzichtig zegen we neer en woordeloos staarden we naar de overdonderende natuurpracht die zich voor ons uitspreidde. Mijn herinneringen dwaalden af naar vroeger, toen ik aan de hand van mijn grootouders op dezelfde plek liep. Overal op de Schwienswei groeiden toen ‘plakbloemen’, kleine gekleurde bolletjes die we plukten en op onze jassen plakten. Met een gewiekste afleidingsmanoeuvre lukte het mij er ééntje snel en ongezien op de lichtgrijze alpinopet van mijn opa te plakken. Het was een van zijn vele wandelpetten. De lichtgrijze vond ik de mooiste, en al helemaal nu er een vrolijk groen bolletje bovenop geplakt zat. Hij liep er de hele middag mee rond.

´Wat denk je?’ vroeg Lisa en toen ik naar haar opkeek, flitste de camera. ‘Ha,’ zei ze, zonder dat ze mijn antwoord afwachtte en naar het resultaat op het kleine schermpje keek, ‘die is leuk.’

Diezelfde vriendin mopperde vorige week dat het puin uit een van mijn lades uit de zolderkast de spuigaten uitliep. ‘Syrië is er niets bij,’ foeterde ze, en zette me daarmee aan tot een opruimsessie van jewelste. Zuchtend ging ik aan het werk. Helemaal onderaan in die la vond ik de foto die we die middag maakten op de Schwienswei. Ik zag de glimlach op mijn mond en als vanzelf dacht ik aan de Schwienswei op een lentedag, aan de harde, koude grond, aan mijn stralende vriendin. Aan de camera. Aan de pet en aan mijn opa. Aan zijn lach later, toen hij bij het afdoen van zijn pet het groene bolletje ontdekte. Aan later. Aan mijn tranen aan zijn sterfbed. De herinneringen bleven komen, drongen zich zonder dat ik me er bewust van was aan me op, als kleine groene plakbloemen op een lichtgrijze alpinopet.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

← Ga terug