Column van Toon: Aan de slag met een gieter

Een vrolijke ping van mijn mailbox – een prettig contrast met alle betaalverzoeken van Nigeriaanse prinsen en aanbiedingen van amoureuze stimulatiemiddelen waarmee mijn digitale brievenbus normaliter volstroomt. Of ik jurylid wilde zijn bij de voorronde Taal van Kunstbende Limburg was de vraag, een wedstrijd voor jong creatief talent. Natuurlijk, antwoordde ik, en zo kwam het dat ik vorige maand op een zondagochtend samen met twee medejuryleden plaats mocht nemen in een verder zo goed als verlaten stadsschouwburg.

Mag ik dit jaar tóch nog eens in het zacht rode pluche verzinken, zo schoot het door me heen vlak voor de eerste kanshebber het podium betrad. Een meisje, jong en van zenuwen rood bevlekt, bracht haar woorden met een jaloersmakende souplesse over naar ons, juryleden in het mysterieuze donker van de zaal. De tweede kandidate, die eveneens zicht-, maar niet hoorbaar zenuwachtig was, volgde, en ook zij wist duidelijk wat ze deed. Zo passeerden ze na elkaar de revue, de jongelingen die hun verbale talent niet alleen de theaterzaal maar via de livestream ook de huiskamers van Limburg in katapulteerden. De eigenzinnige metaforen, soms schurende beelden en vergelijkingen vlogen ons warm om de oren.

Daarna was het aan ons, ons gekwelden, om een oordeel te vellen. Met een tintelende hoofdpijn die op de beslissing vooruitliep, bogen we ons over onze ingevulde beoordelingsformulieren. We debatteerden rustig, maar bij vlagen fel. Eenvoudig was het niet om tot een rechtvaardige top drie te komen, maar goed. Het  is een van de vele euvelen van het bestaan dat alleen de moeilijke vraagstukken de mens uiteindelijk verder helpen. Toen de hindernis overwonnen was, zakten we in onze stoelen en lachten gemondkapt om de dwaasheid van de wereld, totdat we werden gesommeerd het gebouw te verlaten – want: te veel mensen. Alhoewel we het bijna vergeten waren, was het er natuurlijk nog steeds, de dreigende onzichtbaarheid die ook de lege zaal verklaarde.

Het taaltalent in Limburg is niet stervende, zo weet ik na die oktoberse zondagochtend. Sterker nog: naar aanleiding van die voorronde, kan ik gerust mededelen dat er nog veel moois staat groeien, in de Limburgse kweekkas van de literatuur. Nu is het alleen nog een kwestie van voldoende water geven.

Meer lezen? www.toonroumen.nl

← Ga terug