Het Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs

Er zijn maar weinig dialecten waarover zo veel geschreven is als het Maastrichts. En alsof dat nog niet genoeg is heeft Flor aarts daar nog een boekje aan toegevoegd. En het is een bijzonder leuk boekje geworden. In ’t Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs kan men van een paar duizend Maastrichtse woorden opzoeken waar ze vandaan komen, wanneer ze voor het eerst zijn aangetroffen en hoe de betekenis zich in de loop der tijd ontwikkeld heeft.

U wist misschien al dat “sjevraoje” (rillingen) waarschijnlijk van het Franse “chaud + froid” is afgeleid. Maar nu kunt u ook vinden dat het Maastrichtse “strabender” (kwajongen) ook uit het Frans is afgeleid van “destorbance”. En dat “teleur” (bord) van het Duitse “Teller” komt. En “zedeleer” (zitmeubel) vaan het Duitse “Sedel”. Dit zijn allemaal voorbeelden van zogenaamde “leenwoorden” die uit een andere taal zijn overgenomen. Daarnaast kent het Maastrichts natuurlijk ook “erfwoorden” die van oudsher zijn overgeleverd.

Flor Aarts schrijft op de achterflap van zijn boek: “Het is interessant om te speculeren over de vraag hoe de vocabulaire van het Maastrichts zich in de toekomst gaat ontwikkelen. Krijgen we hoe langer hoe meer leenwoorden erbij en verdwijnen typisch Maastrichtse woorden? Kunnen we dan nog wel van Maastrichts spreken? De toekomst zal het leren.” Daar houden we het dan maar op.

’t Etymologisch Dictionairke is een uitgave van Veldeke Krink Mestreech. Het boek is te koop voor € 19,95 en kan besteld worden via info@veldekemestreech.nl .

← Ga terug