Lidioom: Een broek vol geld

Op zoek naar keulkes (koolplantjes) was ik in een moeras beland, zei ik. Ik bedoelde daarmee: drie of vier pagina’s in ’t WLD (Woordenboek van de Limburgse Dialecten) waar ik vrijwel niets mee kon. Zestig woorden voor reube (stoppelknollen) die zelden meer gebruikt worden.

Ondertussen speelde door mijn herinnering dat het woord ‘moos’ (moes, kool) iets met moeras te maken zou hebben. En ja hoor: in Oostenrijk en Beieren betekent Moos onder andere moeras. De v. Dale heeft nog het mooie woord broekland als betekenis. Het woordenboek van Swalmen zegt: zómp = drasland.

Nou zie je ook dat woord niet elke maand in de krant, evenmin als dras of drats: koffiedik; een bruikbaar woord nog, misschien ook voor de damstenen van koffiedik in moderne apparaten. Goed, ik doe er  daarom nog een draslanderig woord bij: breukske, verkleinwoord van brook, in Maastricht een broek, maar ook: laag gelegen drassig land. Holland?

Nog meer? Vooruit, een fooi. In het Rijnland, Roermond en Venlo betekent moos ook geld, poen. Een soort verzamelnaam, zo van: die vent heeft moos… Onmogelijk echter is: dat is bij mekaar 9 moos en 87 sam.

Melig? In het moeras zat ik weer na te denken over rijkdom, rijkdom aan woorden dan. Als Limburgse woorden op drie verschillende manieren uitgesproken kunnen worden, zou dat rijkdom zijn? Ik ga daar veiligheidshalve niets over zeggen. Ik wijs wel op een  fabelachtige rijkdom: in ’t WLD staan meer dan anderhalf miljoen verschillende woorden. De computer bleef staan op 1.759.090. Onvoorstelbaar. Rijkdom?

Ik vroeg me af (aflevering 32) of duidelijk verschillende woorden voor hetzelfde begrip echte rijkdom is. Oos Taal heeft prachtige woorden voor ‘vlinder’, maar een schrijver kan die moeilijk door elkaar gebruiken. Of toch? Is dit geen valsspelen: kiek dao vluug eine roewvogel, en loer dao, drei fiepmoppe. De woorden fiepmop en roewvogel worden allebei voor het algemene woord ‘vlinder’ gebruikt. In het moeras evenwel vloog plots een tenger korsetzweefvlieg in mijn haren. Dat insect is familie van het  piemelkrieltje, dat ik vorige week beloofde. Even geduld nog.

 

Lidioom is onze wekelijkse rubriek over het eigene van de Limburgse taal. Alle voorgaande afleveringen zijn terug te vinden in ons archief.

 

 

 

← Ga terug