Lidioom: Glazen laten winnen

Vorige week heb ik jullie de nieuwjaar afgewonnen. Missen jullie nu wat? Sorry dan. Het gaat hier echter niet om bezit. Daarom heb ik een ander voorbeeld verzonnen. Ik vertaal: ik denk dat jij het mij afwinnen zou met columns: betere columns schrijven. Dit afwinnen is niet iets krijgen omdat men gewonnen heeft. Een ander woord hiervoor is overtroeven, lijkt me. Gaan we zoiets nog gebruiken? Ik dacht van niet.

Afwinnen werd ook gebruikt als men iemand iets afhandig maakte; geld, bezit, voorwerpen. In het WNT (nog eens: Woordenboek der Nederlandsche Taal) staan verschillende voorbeelden. Uit een Vlaamse boek: Heb ik niet gezien dat gij de dobbelsteenen nat maaktet en mij aldus valschelijk mijn geld hebt afgewonnen. Daar heeft het Limburgs een ander woord voor: aafloekse, op een slinkse manier anderen iets afpakken.

Tijd om naar het werkwoord winnen zelf te gaan, zonder af- dus. Ik schreef: dat ‘winnen’ laten we de volgende week winnen. Welnu: dat winnen is (ver)krijgen, de oudste betekenis; denk aan kolen of turf winnen. Dat ‘winnen’ hebben we ook over in het woord kostwinner. Hier wordt niemand verslagen, wordt niets van anderen afgepakt. Bij de Belgische buren staan boerderijen die winning heten, zoals de  Servoswinning in Millen, bij Riemst; genoemd naar de heilige Servaas. In het Middelnederlands was dit winnen: bebouwen van land.

Het heeft niet veel zin al deze ‘winnens’ nog te gebruiken. Een ander winnen daarom, uit het woordenboek van Thorn. Ik zie daar: de zoog (kreem) haet gewónne, is drachtig. Ik ken dat winnen als: laten dekken van varkens, konijnen. Zólle veer die moor nag ins laote winne? Moor is ‘moer’, van moeder; een moerkonijn. Die werd dan biejgezat, bij een rekel gezet. Ach, wie houdt nog konijnen? Misschien heeft het begrip ‘bijzit’ hiermee te maken, laten we zeggen: een tweede vrouw.

Nu wat beloofd was: een gebruik van winnen dat moet blijven. Het wordt gezongen in de Sjinderhannes, dé opera van Roermond. Zeet zoe glaas beer det löp zoe zaach nao binne, en is ’t laeg, waem leut ’t neet ins winne (zie eens zo’n glas bier dat loopt zo zacht naar binnen, en is het leeg, wie laat het niet eens winnen). Ik heb het vaker gebruikt, wijzend op onze lege glazen: Loet, laot ze nag ins winne,  zwanger worden. Prachtig, dit mag niet verloren gaan…

Reagere? redactie@veldeke.net of veldgewas@home.nl

 

Lidioom is onze wekelijkse rubriek over het eigene van de LImburgse taal. Alle voorgaande afleveringen kunt u terugvinden in ons archief.

 

 

 

 

← Ga terug