Lidioom: Griep opvangen

Oktober heette vroeger wel Wijnmaand, omdat de wijn dan geoogst werd, las ik. Druiven dus, maar laat zitten. Vandaag de dag kan men beter spreken van de maand  van de griepprik. Daar wordt heel wat over geschreven. Onze gazet zei onlangs: ’Vorig jaar hebben meer mensen de griepprik gehaald dan het jaar ervoor’, en even verder: ‘Hij ligt (…) voor ongeveer 6 miljoen mensen gratis klaar bij de huisarts.’ Griepprik, vreemd woord eigenlijk. Een prik die klaarligt en die men (af?) kan halen.

Limburgers hebben het meestal over griepspuit, maar laat ik het verder over het woord prikke(n) hebben. Dat gebruikten we niet voor inenten. Het woordenboek van Swalmen heeft peke: ze peekde häöm mit ein naolj (naald). Op onze kerstboom staat een peek, geen piek. Een trui steekt je, we gebruiken daar geen ‘prikken’; ook netelen steken – ‘prikken’ lijkt me (hier) meer een kleuterwoord.

In het WNT (Woordenboek der Nederlandsche Taal) staan meer dan tien betekenissen van ‘prikken’, maar ze hebben allemaal iets te maken met steken, met – zo staat er: een puntig voorwerp. De Limburgse betekenis van prikke(n) zie ik nergens: (op)vangen. Ik noem als voorbeeld een bal prikken. Je kunt dus geen vlieg prikken, wel jezelf. Zie: ich kós mich nag prikke, angers woor ich hel gevalle (hel is hard). De buurvrouw kun je op­van­gen wanneer ze de deur gewezen kreeg door die vroegere held van haar: hier kan prikke niet. En voor vluchtelingen opvangen kun je in het Limburgs zeker geen ‘prikken’  bezigen.

In de woordenboeken van Valkenburg en Echt staat een tweede  afwijkende betekenis van ‘prikken’: iets heimelijk weg­nemen – Engels to prig: gappen, jatten. Dat ‘prikken’ lijkt op pikken, en het wordt nog verwarder als we naar het woord (was)piks­ke kijken (Helden en omgeving): dat prikt de was aan de wasdraad.

Allez dan: over de Engelse woorden prick en pig zullen we het maar niet hebben. Volgende week wel over waarom die ich van hierboven bijna gevallen was.

Reageren? Schrijf naar redactie@veldeke.net

 

Lidioom is de wekelijkse rubriek over het eigene van de Limburgse taal. Dit is al weer aflevering 51. Alle voorgaande afleveringen zijn terug te vinden in ons archief.

 

 

← Ga terug