Lidioom: Huilbezem van plastic 

Kleine pauze midden in het veld van nieuwe woorden. Het is wat droog om te poten. Doe daarom even de moeite om naar de kop van de Limburgstalige Lidioom van vorige week te loeren; daar zit heel wat Lidioom in, volgens mij dan. Wat te denken van een ‘glazeR oug’. Een oog dat glazer is dan een ander oog?  Vergelijk: hij heeft nu een beter, helderder oog.

Goed gezien: dat ‘glazer’ is geen vergrotende trap (van vergelijking), maar een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord; het zegt: ik geef aan dat ik (van) stof ben; vaak een grondstof. Materie kan ook, in het AN dan. Limburgs meterie daarentegen is etter; ook een stof – of misschien niet. Denk aan antistoffen of entstof. Een zin met dat ‘meterie’: kerdju, dao keem mich get meterie oet det bein.

Ik mis verder in verreweg de meeste Limburgse woordenboeken woorden als (kalk)sjtiksjtóf en zuursjtóf. ‘Hae ligk nag aan de zuursjtóf’; dat heb ik helaas vaak moeten zeggen de voorbije weken. Moet dat niet  zoersjtóf zijn? Zeker, maar dat is het niet geworden. Hetzelfde geldt voor de sjtaofzuger of -zoeker. Over de huulbessem (letterlijk huilbezem, waarbij ‘huilen’ het huilen van wilde dieren is) zijn we wel uitgelachen; dat zou hét Limburgse woord voor ‘stofzuiger’ zijn…

Terug naar het glazer oog. Klink niet bijster.  Daarom ben ik erover begonnen. In het Limburgs wijkt de verbuiging van enkele stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden af van het Nederlands. Zie dae houtere Klaos dao, dae dae glazere kas kepottrooj; een houten Klaas die een glazen kast vernielt. Het Limburgs heeft niet alleen een eigen vorm  maar ook onderscheid. Een glazere kas is een kast van glas. De glaaskas echter is een kast waar de glazen in staan. Theoretisch zou ‘iezer’ de vergrotende trap van ies (ijs) kunnen zijn, maar dat noemen we maar dichterlijke taal. Meneer de dichter vindt een iets ijzer (kouder) dan gewoon ijskoud.

Eventjes: de stoffelijke naamwoorden kun je ontdekken door er VAN voor te zetten: die kast is van glas, van hout, van zilver. Niet mogelijk is: die kast is van sjiek, behalve dan als hij bij Maison Chique gekocht zou zijn.

Vraag: moeten we nu ‘glazer oug‘ gaan zeggen of schrijven? Nee, dat oog krijgt een enkeltje naar de Historische Grammatica van het Limburgs (die er wel nooit zal komen). Wie reageert?

Regaren? redactie@veldeke.net of veldgewas@home.nl

 

Lidioom is onze wekelijkse rubriek over het eigene van de Limburgse taal. Alle voorgaande afleveringen zijn terug te vinden in ons archief.

 

 

 

← Ga terug