Lidioom: Kolderapen

De rapen zullen wel gaar zijn, zo eindigde ik vorige week. Ik had het over rapen willen hebben, en het was blootheit (zie je meer bloot op straat). De ware reden: ik zag dat het woord keul, wat voor mij  ‘koolplantjes’ zijn, in verschillende woordenboeken als verzamelnaam voor ‘kool’ staat. Ik wou de waarheid weten en greep naar aflevering 5 van deel I (Agrarische Terminologie) van het WLD, getiteld: Verbouw van knol- en andere gewassen. WLD staat voor: Woordenboek van de Limburgse Dialecten.

De worden keul of ook kool kon ik er niet vinden, wel sjteelmoos (raapstelen of keeltjes) en het schitterende woord warmoeshofgritsel.

Zo belandde ik in een tuin die denkelijk door zeven burgers aangelegd was – mannen die naast elkaar werkten. Geen probleem, maar je moet geen regenwormen salamander noemen. Allez: ik kon dus geen ‘moes’ of ‘keul’ ontdekken; die woorden hoorden kennelijk niet bij de boerderij. Daar kan ik me wat bij voorstellen, hoewel ik vroeger grote lappen kappes gezien heb. Voor jongeren: kappes ofwel witmoos, witte kool, daar maakt men zuurkool van.

Die koolsoort hoort ook niet bij de landbouwgewassen, evenmin als boerenkool (królmoos), rodekool en de vorige week besproken sjepeng (spitskool). Wel de groente die in heel Nederland ‘bietjes’ genoemd wordt. Eigenlijk horen die ook niet bij de landbouwgewassen, maar ze zijn bij de wetenschappelijke kladden gepakt vanwege de naam: die lijkt op ‘biet’; ze zijn derhalve neefjes van voeder- en suikerbieten. De redactie speekt van ‘lexicale nabijheid’: de bedoelde woorden lijken op elkaar. Hier mag men denken aan een idiomaticum, maar andere woorden die op ‘biet’ lijken, worden niet behandeld, zoals  biete (bijten) en bietse (jatten, stelen).

Nu de rapen. Wat ik daar zag… Ik ken(de) knolle (gele rapen) en reube (stoppelknollen) als veevoer, maar ze kunnen ook op tafel komen. Ik struikelde over koolrabi, een groente die in de jaren zestig plotseling als nieuwe groente gepresenteerd werd, samen met de kussa, waar ik nooit meer van gehoord heb. Dat zegt al wat over die verwarde tuin. Volgende week wat ontwarring, ook over apen die de kolder zouden hebben.

Reageren? Schrijf naar: redactie@veldeke.net

 

Dit is aflevering 42 van onze rubriek Lidioom over het eigene van de Limburgse taal. Alle voorgaande afleveringen zijn terug te vinden in ons archief.

 

← Ga terug