Lidioom: Lof opvangen

Bij het Limburgse woord prikke (opvangen) hoort voor mij het even Limburgse (oet)litse: uitglijden. Komt zo. Jaren geleden ging de telefoon: S. haet zich de naas gebraoke… (heeft een gebroken neus).  Hij gleed uit op de gladde vloer, waarschijnlijk vanwege zijn leren zolen, sloeg bijna over de kop, wilde zich uiteraard opvangen (prikke),  dat lukte niet en hij viel hard.

Prikke dus. Geen woord uit de Limburgse top-100, lijkt me. Wel  boeiend. Een geboeide kan zich moeilijker opvangen, zo peinsde ik, zag plots de ellende van de Koerden en dacht verder: heb ik geen uitglijder gemaakt toen ik vorige week schreef: (…) voor vluchtelingen opvangen kun je in het Limburgs zeker geen ‘prikken’ bezigen? Ik wilde suggereren dat je voor het opvangen van vluchtelingen moeilijk ‘prikke’ kan gebruiken.

Is dat wel zo? Heb ik het woord prikke gevraagd of het niet ook voor dát opvangen gebruikt wil worden? Hoe moet ik dat doen? Heeft het woord een 06-nummer? Voor wie dit onzin vindt: mijn bedoeling met Lidioom is vooral: laten zien dat (goed) schrijven in het Limburgs veel plezier kan geven; die Lust am Text.

Hoe lukt je dat? Vaak door de woorden op zich af te laten komen, kijken wat ze zelf willen. Misschien willen ze helemaal niets van ons weten, op dat moment. In het woordenboek van Heerlen van 1884 staat als betekenis van prikke: ‘een bal werpen, vangbal spelen’; niets over opvangen. In het nieuwe woordenboek van H. zie ik bij prikke: zie ook sjtuute, en bij sjtute (een U minder, andere taalkundige deed de S): zie ook prikke. Ik weet niet wat met sjtute bedoeld wordt. Stuiteren? Kan men zeggen: Moder beprikde Vera wiel ’t dae bal zoe top geprik hauw (feliciteerde Vera, was trots op haar omdat ze de bal zo top gevangen had)? Misschien is dit wel een nieuwe uitglijder. Ga wel verder.

Reageren? Schrijf naar redactie@veldeke.net

 

Lidioom is de wekelijkse rubriek over het eigene van de Limburgse taal. Alle voorgaande afleveringen vindt u terug in ons archief.

 

 

← Ga terug