’n Laeve lank Limburgs

Er is de afgelopen weken heel wat te doen geweest over de streektaalnota ’n Laeve lank Limburgs die door gedeputeerde Ger Koopmans is aangeboden aan Provinciale Staten. Met name de kop op de voorpagina van dagblad De Limburger die de strekking van de nota wat ongelukkig samenvatte als Kind moet over op ‘plat’ was aanleiding tot verbaasde en soms verontwaardigde reacties. Wat dacht de provincie wel dat ze ouders kon voorschrijven in welke taal die hun kinderen moeten opvoeden. Wie de nota leest zal snel inzien dat de intentie daarvan enigszins genuanceerder ligt. Het gaat erom dat kinderen op de peuterspelenzalen niet krijgen aangeleerd om het dialect dat ze van thuis uit meekrijgen, zo snel mogelijk in te ruilen voor het Standaard Nederlands. Het gaat erom dat dialect niet bij voorbaat als een minderwaardige taal te presenteren, zoals nu vaak wel gebeurt.

De totstandkoming van de Streektaalnota heeft heel wat voeten in de aarde gehad. De oorspronkelijke versie kon niet op instemming rekenen van de belangrijkste instellingen die zich met de Limburgse taal bezig houden, de Raod veur ’t Limburgs, de streektaalfunctionaris, Veldeke Limburg en andere organisaties die zich verenigd hebben in het Taal en Letterenplatform Limburg. Omdat gedeputeerde Koopmans altijd beleden heeft dat de provincie het streektaalbeleid wil stimuleren en faciliteren maar voor de uitvoering ervan wil steunen op de organisaties die zich sinds jaar en dag met de Limburgse taal bezig houden, lag het voor de hand die organisaties om advies te vragen. Na veel onderling overleg heeft dat geresulteerd in de nota ’n Laeve lank Limburgs.

De nu voorliggende nota schetst het kader waarbinnen het streektaalbeleid gestalte zou moeten krijgen. Daarbij worden drie actielijnen aangeduid:

  • Taalpromotie, het stimuleren van het gebruik van het Limburgs en het vergroten van de zichtbaarheid ervan.
  • Taaloverdracht, het vragen van aandacht voor tweetaligheid in het onderwijs en in het bijzonder bij de voorschoolse educatie.
  • Taalinfrastructuur, een samengaan van professionele instellingen en toekomstbestendige vrijwilligersorganisaties om de ambities op het terrein van de regionale taal vorm te geven.

Met name dat laatste punt vraagt om verdere uitwerking waarbij in de nota de suggestie wordt gedaan te komen tot de oprichting van een Hoes veur ’t Limburgs waarin de beoogde samenwerking gestalte kan krijgen. Dat Hoes moet ook voor de buitenwacht de autoriteit worden waar iedereen als eerste aanklopt met vragen over het Limburgs. De gedeputeerde heeft de nota onverkort doorgestuurd naar Provinciale Staten met de mededeling dat de uitvoeringsnota die het aangegeven kader in structurele en financiële vormen moet gieten, nog te verwachten is. Over de termijn waarop dat zal geschieden wordt nog overleg gepleegd. Het initiatief daarvoor ligt in eerste instantie bij de Raod veur ’t Limburgs, als officieel adviesorgaan van de provincie.

Voor de volledige tekst van de nota ’n Laeve lank Limburgs kunt u hier terecht.

 

← Ga terug