’n Laeve lank Limburgs

Er is de afgelopen maanden heel wat te doen geweest over de streektaalnota ’n Laeve lank Limburgs die door gedeputeerde Ger Koopmans is aangeboden aan Provinciale Staten. Met name de kop op de voorpagina van dagblad De Limburger die de strekking van de nota wat ongelukkig samenvatte als Kind moet over op ‘plat’ was aanleiding tot verbaasde en soms verontwaardigde reacties. Wat dacht de provincie wel dat ze ouders kon voorschrijven in welke taal die hun kinderen moeten opvoeden. Wie de nota leest zal snel inzien dat de intentie daarvan enigszins genuanceerder ligt. Het gaat erom dat kinderen op de peuterspelenzalen niet krijgen aangeleerd om het dialect dat ze van thuis uit meekrijgen, zo snel mogelijk in te ruilen voor het Standaard Nederlands. Het gaat erom dat dialect niet bij voorbaat als een minderwaardige taal te presenteren, zoals nu vaak wel gebeurt.

De totstandkoming van de Streektaalnota heeft heel wat voeten in de aarde gehad. De oorspronkelijke versie kon niet op instemming rekenen van de belangrijkste instellingen die zich met de Limburgse taal bezig houden, de Raod veur ’t Limburgs, de streektaalfunctionaris, Veldeke Limburg en andere organisaties die zich verenigd hebben in het Taal en Letterenplatform Limburg. Omdat gedeputeerde Koopmans altijd beleden heeft dat de provincie het streektaalbeleid wil stimuleren en faciliteren maar voor de uitvoering ervan wil steunen op de organisaties die zich sinds jaar en dag met de Limburgse taal bezig houden, lag het voor de hand die organisaties om advies te vragen. Na veel onderling overleg heeft dat geresulteerd in de nota ’n Laeve lank Limburgs.

De nu voorliggende nota schetst het kader waarbinnen het streektaalbeleid gestalte zou moeten krijgen. Daarbij worden drie actielijnen aangeduid:

  • Taalpromotie, het stimuleren van het gebruik van het Limburgs en het vergroten van de zichtbaarheid ervan.
  • Taaloverdracht, het vragen van aandacht voor tweetaligheid in het onderwijs en in het bijzonder bij de voorschoolse educatie.
  • Taalinfrastructuur, een samengaan van professionele instellingen en toekomstbestendige vrijwilligersorganisaties om de ambities op het terrein van de regionale taal vorm te geven.

Met name dat laatste punt vraagt om verdere uitwerking waarbij in de nota de suggestie wordt gedaan te komen tot de oprichting van een Hoes veur ’t Limburgs waarin de beoogde samenwerking gestalte kan krijgen. Dat Hoes moet ook voor de buitenwacht de autoriteit worden waar iedereen als eerste aanklopt met vragen over het Limburgs. De gedeputeerde heeft de nota onverkort doorgestuurd naar Provinciale Staten met de mededeling dat de uitvoeringsnota die het aangegeven kader in structurele en financiële vormen moet gieten, nog te verwachten is. Over de termijn waarop dat zal geschieden wordt nog overleg gepleegd. Het initiatief daarvoor ligt in eerste instantie bij de Raod veur ’t Limburgs, als officieel adviesorgaan van de provincie.

Voor de volledige tekst van de nota ’n Laeve lank Limburgs kunt u hier terecht.

Commentaar op de nota in de pers

Leonie Cornips, bijzonder hoogleraar Taalcultuur in Limburg aan de Universiteit van Maastricht, schreef naar aanleiding van het artikel in De Limburger een column voor Veldeke, waarin zij tekst en uitleg geeft over de historie van de ontwikkelingen rond het provinciaal streektaalbeleid. U kunt die column hier nalezen. 

Naar aanleiding van de kritiek van Leonie Cornips op het artikel in De Limburger heeft die krant haar uitgenodigd om nog eens in eigen woorden uit te leggen hoe dat nu zit met de tweetaligheid van Limburgse kinderen, waarvan sprake is in de streektaalnota van de provincie. U kunt dat interview hier nalezen.

Reacties op de kadernota uit het veld

Naar aanleiding van de Kadernota heeft gedeputeerde Ger Koopmans de partijen in het veld van de streektaal om een reactie gevraagd aan de hand van een aantal vragen die hij daartoe geformuleerd had.

De Leerstoel Taalcultuur in Limburg van de UM noemt in zijn reactie de nota een “prima document”. Het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek naar de streektaal en het binnenhalen van fondsen om dat te kunnen doen staat centraal in de activiteiten die de Leerstoel onderneemt om de doelstellingen van de kadernota te realisere. Ook betoogt de Leerstoel dat de organisaties in het streektaalveld zich minder naar binnen zouden moeten richten meer aandacht moeten besteden aan het betrekken van nieuwe doelgroepen bij hun werk. De hele tekst van de reactie van de Leerstoel kunt u hier nalezen.

In een uitgebreide reactie plaatst Yuri Michielsen van de Limbörgse Academie een aantal kritische kanttekeningen bij de kadernota ’n Laeve lank Limburgs. Op de eerste plaats wordt volgens hem in de kadernota het gebruik en de rol van de Limburgse taal op een te traditionele manier omschreven, vooral als identiteitsdrager van de Limburgse (volks)cultuur, terwijl die taal in zijn visie ook een veel bredere functie heeft als algemeen, dagelijks communicatiemiddel. Verder vindt de Limbörgse Academie dat de rol van de Rijksoverheid onvoldoende belicht wordt, terwijl die overheid een cruciale rol behoort te spelen in het taalbeleid, al was het maar om een wettige grondslag te bieden aan de uuitvoering van dat beleid, bijvoorbeeld bij het geven van onderwijs in het Limburgs. In de reactie wordt ook aangegeven hoe de Limbörgse Academie denkt de doelstellingen van de nota te concretiseren met de digitale projecten die ze onderneemt. Voor de hele tekst van de reactie klikt u hier.

Reactie van Veldeke

Op verzoek van de gedeputeerde heeft ook Veldeke Limburg inmiddels per 14 september een reactie op de kadernota ’n Laeve lank Limburgs aan de provincie doen toekomen. In die reactie betoogt Veldeke zijn instemming met de algemene teneur van de nota. Maar plaatst daar ook een paar kritische kanttekeningen bij. Zo kunnen volgens Veldeke de ambities van de nota niet worden waargemaakt zonder een door de provincie onderschreven taalvisie waarin zowel de wetenschappelijke, de professionele en de amateuristische aandacht voor de Limburgse taal tot uitdrukking wordt gebracht. Ook pleit Veldeke voor een instelling die als onbetwiste autoriteit op het terrein van de Limburgse taal kan gelden. Wie de volledige tekst van de reactie van Veldeke wil nalezen, dat kan hier.

 

← Ga terug